Jaaropdracht 5 Godsdienst.
- Wat is het onderwerp van deze les/moment?
Het onderwerp van deze godsdienst les is: Hoe conflicten ontstaan?
- Welke levensvraag komt hierin aan bod?
Hoe, waar en wanneer ontstaan conflicten?
- Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de lln?
- De juf start deze les met een gebedje, dat door een leerling wordt voorgelezen.
- De prent van de gebarsten kruiken van aan het bord worden even terug besproken.
Door de vraag? Wat hebben de gebarsten kruiken te maken met conflicten?
- Leerlingen worden in kleine groepjes van 4 geplaatst waar ze op een grote flap mogen schrijven, hoe het komt dat conflicten zouden ontstaan.
- De antwoorden met de klas overlopen en besproken.
- De verschillende flappen worden bij het bordschema toegevoegd.
- Handboek + werkboek; Lezen van artikels en antwoorden in hun werkboek Waar, hoe en wanneer deze conflicten van in het artikel gebeurden.
- Afsluiten met een liedje.
- Welke handleiding wordt hier gebruikt?
In de school waar ik stage loop gebruiken ze de handleiding: Tuin van heden.
- Wat is de sfeer in deze les?
Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet. Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt? Er hangt een fijne en aangename sfeer in de klas tijdens deze les. Het is een kleine klas groep en hangen heel
erg samen. De sfeer is iets anders dan in andere lessen. Deze les wordt telkens gestart met een gebedje of gedichtje dat 1 van de leerlingen mag voorlezen uit een gebedboekje. Dit is een gebedsboekje op kinderniveau en noemt;
Wat hetzelfde is als in andere lessen is dat de leerlingen, naar elkaar moeten blijven luisteren en hun handboek naar het einde toe moeten invullen. Dit is een minder moment van deze godsdienst les. Ik begrijp dat dit ook moet gebeuren, maar het leunt dan terug heel erg aan bij de andere lessen.
Aan deze sfeer wordt op verschillende manieren gewerkt. Starten met een rustig moment door het gebedje. De kinderen mogen in groepjes werken, denken na en stellen bepaalde levensvragen, ze praten over goede en slechte dingen en denken dieper na over bepaalde levensvragen. In deze les ging het over hoe conflicten ontstaan. Waar, hoe en wanneer?
De les wordt afgesloten met een liedje. Dit vinden de kinderen leuk en zo wordt de les op een leuke, rustige manier afgesloten. Sommige kinderen zingen mee, andere luisteren naar het liedje en nog andere wiegen een beetje mee op het ritme van de muziek.
- Hoe reageren de kinderen op deze les? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen reageren positief op deze les. Tijdens het observeren merk ik op dat ze tijdens de vorige les al begonnen zijn aan dit thema. De kinderen weten wat conflicten zijn en mogen er nu nog verder over praten en nadenken. Ik vind het zelf positief dat de kinderen er al iets over gedaan hebben en dat ze nu in groepjes er verder mogen over praten. Hun ideeën samenvoegen in kleine groepjes.
De kinderen zijn erg betrokken wanneer ze in de groepjes mogen nadenken over hoe en wanneer conflicten ontstaan. De kinderen denken na en schrijven hun antwoorden op, op een grote flap. Ze verbeteren elkaar op pikken in op elkaars antwoorden.
Tijdens het beluisteren van het slotliedje zijn de kinderen ook heel erg betrokken, ieder op zijn manier, maar toch steeds erg betrokken.
De betrokkenheid daalt wanneer iedere groep zijn antwoorden mag voorlezen en verduidelijken aan de klas groep. De eerste groep die mocht vertellen kreeg de volle aandacht van alle andere groepen. Maar toen de 2,3 en 4de groep aan de beurt mocht komen zag ik de betrokkenheid sterk dalen. De kinderen hun aandacht verzwakte en begonnen onderling in de groepjes te praten. Dit ging op bepaalde momenten over de dingen dat ze zelf hadden opgeschreven. Maar hoe langer het duurde begonnen de kinderen over andere dingen te praten, over wat er thuis gebeurt was en wat ze in het weekend gingen doen enz
Wanneer de juf vertelde dat ze hun boeken moesten nemen, daalde de betrokkenheid ook weer heel erg. De kinderen begonnen te praten en bleven maar rommelen in hun banken. Een van de leerlingen nam zelfs zijn woordzoeker en begon woorden te zoeken. Tijdens het voorlezen van de artikels bleef het heel erg onrustig in de klas.
- Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.
Heb ik zelf al eens een conflict gehad met iemand en hoe kwam dit?
Hoe voelde ik me toen op het moment van het conflict?
Wat deed ik na het conflict?
Hoe voelde ik me na het conflict?
- Aan welke component wordt vooral gewerkt?
Ik vind persoonlijk dat er in deze les aan verschillende componenten sterk naar voor komen. Deze zijn;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen en groeien in symboolgevoeligheid.
Ik ga deze even toelichten;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen.Tijdens deze les komt er heel sterk naar voor hoe, wanneer en waar conflicten ontstaan.
Een conflict gebeurt nooit alleen, daar heb je steeds een andere persoon voor nodig. De verbondenheid met de andere persoon daalt dan heel erg.
Bv; conflict tussen jou en je mama of tussen jou en een vriendin, of tussen je mama en papa.
Waar en wanneer gebeurt dan weer met de verbondenheid van gemeenschap. Het conflict gebeurd binnen een bepaalde gemeenschap. Bv op school, op de sportclub, op straat, politiebureau, in de winkel enz.
- Groeien in symboolgevoeligheid. Tijdens dit thema worden conflicten voorgesteld door gebarsten kruiken. De kinderen gaan nadenken wat dit symbool te maken heeft met conflicten.
De kinderen in de klas vonden er ook een antwoord op.
Soms gaat er zoveel mis of erger je je zo hard aan iets of iemand, dat je geduld opraakt en er zo een conflict ontstaat.
De kruiken blijven heel zolang er niets gebeurt en er geen conflicten ontstaan.
Wanneer we ons beginnen ergeren aan iets of niemand komen er kleine scheurtjes in deze vazen. Wanneer er echt een conflict ontstaat worden de barsten in de kruik dieper en dieper.
Proficiat! De opdrachten zijn inhoudelijk sterk ingevuld.
BeantwoordenVerwijderenVriendelijke groeten
Bruno Gevaert