zondag 28 november 2010

opdracht 5


Jaaropdracht 5 Godsdienst.

Opdracht 5; Observeer of geef nog een godsdienstles/moment:
- Wat is het onderwerp van deze les/moment?
Het onderwerp van deze godsdienst les is: Hoe conflicten ontstaan?

- Welke levensvraag komt hierin aan bod?
Hoe, waar en wanneer ontstaan conflicten?

- Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de lln?
- De juf start deze les met een gebedje, dat door een leerling wordt voorgelezen.
- De prent van de gebarsten kruiken van aan het bord worden even terug besproken.
Door de vraag? Wat hebben de gebarsten kruiken te maken met conflicten?
- Leerlingen worden in kleine groepjes van 4 geplaatst waar ze op een grote flap mogen schrijven, hoe het komt dat conflicten zouden ontstaan.
- De antwoorden met de klas overlopen en besproken.
- De verschillende flappen worden bij het bordschema toegevoegd.
- Handboek + werkboek; Lezen van artikels en antwoorden in hun werkboek Waar, hoe en wanneer deze conflicten van in het artikel gebeurden.
- Afsluiten met een liedje.

- Welke handleiding wordt hier gebruikt?
In de school waar ik stage loop gebruiken ze de handleiding: Tuin van heden.

- Wat is de sfeer in deze les?
Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet. Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt? Er hangt een fijne en aangename sfeer in de klas tijdens deze les. Het is een kleine klas groep en hangen heel
erg samen. De sfeer is iets anders dan in andere lessen. Deze les wordt telkens gestart met een gebedje of gedichtje dat 1 van de leerlingen mag voorlezen uit een gebedboekje. Dit is een gebedsboekje op kinderniveau en noemt;
Wat hetzelfde is als in andere lessen is dat de leerlingen, naar elkaar moeten blijven luisteren en hun handboek naar het einde toe moeten invullen. Dit is een minder moment van deze godsdienst les. Ik begrijp dat dit ook moet gebeuren, maar het leunt dan terug heel erg aan bij de andere lessen.
Aan deze sfeer wordt op verschillende manieren gewerkt. Starten met een rustig moment door het gebedje. De kinderen mogen in groepjes werken, denken na en stellen bepaalde levensvragen, ze praten over goede en slechte dingen en denken dieper na over bepaalde levensvragen. In deze les ging het over hoe conflicten ontstaan. Waar, hoe en wanneer?
De les wordt afgesloten met een liedje. Dit vinden de kinderen leuk en zo wordt de les op een leuke, rustige manier afgesloten. Sommige kinderen zingen mee, andere luisteren naar het liedje en nog andere wiegen een beetje mee op het ritme van de muziek.

- Hoe reageren de kinderen op deze les? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen reageren positief op deze les. Tijdens het observeren merk ik op dat ze tijdens de vorige les al begonnen zijn aan dit thema. De kinderen weten wat conflicten zijn en mogen er nu nog verder over praten en nadenken. Ik vind het zelf positief dat de kinderen er al iets over gedaan hebben en dat ze nu in groepjes er verder mogen over praten. Hun ideeën samenvoegen in kleine groepjes.
De kinderen zijn erg betrokken wanneer ze in de groepjes mogen nadenken over hoe en wanneer conflicten ontstaan. De kinderen denken na en schrijven hun antwoorden op, op een grote flap. Ze verbeteren elkaar op pikken in op elkaars antwoorden.
Tijdens het beluisteren van het slotliedje zijn de kinderen ook heel erg betrokken, ieder op zijn manier, maar toch steeds erg betrokken.
De betrokkenheid daalt wanneer iedere groep zijn antwoorden mag voorlezen en verduidelijken aan de klas groep. De eerste groep die mocht vertellen kreeg de volle aandacht van alle andere groepen. Maar toen de 2,3 en 4de groep aan de beurt mocht komen zag ik de betrokkenheid sterk dalen. De kinderen hun aandacht verzwakte en begonnen onderling in de groepjes te praten. Dit ging op bepaalde momenten over de dingen dat ze zelf hadden opgeschreven. Maar hoe langer het duurde begonnen de kinderen over andere dingen te praten, over wat er thuis gebeurt was en wat ze in het weekend gingen doen enz
Wanneer de juf vertelde dat ze hun boeken moesten nemen, daalde de betrokkenheid ook weer heel erg. De kinderen begonnen te praten en bleven maar rommelen in hun banken. Een van de leerlingen nam zelfs zijn woordzoeker en begon woorden te zoeken. Tijdens het voorlezen van de artikels bleef het heel erg onrustig in de klas.

- Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.

Heb ik zelf al eens een conflict gehad met iemand en hoe kwam dit?
Hoe voelde ik me toen op het moment van het conflict?
Wat deed ik na het conflict?
Hoe voelde ik me na het conflict?

- Aan welke component wordt vooral gewerkt?

Ik vind persoonlijk dat er in deze les aan verschillende componenten sterk naar voor komen. Deze zijn;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen en groeien in symboolgevoeligheid.
Ik ga deze even toelichten;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen.Tijdens deze les komt er heel sterk naar voor hoe, wanneer en waar conflicten ontstaan.
Een conflict gebeurt nooit alleen, daar heb je steeds een andere persoon voor nodig. De verbondenheid met de andere persoon daalt dan heel erg.
Bv; conflict tussen jou en je mama of tussen jou en een vriendin, of tussen je mama en papa.
Waar en wanneer gebeurt dan weer met de verbondenheid van gemeenschap. Het conflict gebeurd binnen een bepaalde gemeenschap. Bv op school, op de sportclub, op straat, politiebureau, in de winkel enz.
- Groeien in symboolgevoeligheid. Tijdens dit thema worden conflicten voorgesteld door gebarsten kruiken. De kinderen gaan nadenken wat dit symbool te maken heeft met conflicten.
De kinderen in de klas vonden er ook een antwoord op.
Soms gaat er zoveel mis of erger je je zo hard aan iets of iemand, dat je geduld opraakt en er zo een conflict ontstaat.
De kruiken blijven heel zolang er niets gebeurt en er geen conflicten ontstaan.
Wanneer we ons beginnen ergeren aan iets of niemand komen er kleine scheurtjes in deze vazen. Wanneer er echt een conflict ontstaat worden de barsten in de kruik dieper en dieper.

donderdag 11 november 2010

opdracht 1

- Opdracht 1: Lezen van een kinderbijbel (uitgeverij Balans), keuze uit
In je portfolio beschrijf je wat je geleerd hebt na het lezen van de kinderbijbel en welke vragen de lectuur bij je oproept (Voor de kerstvakantie).
koning op een ezel (Nico ter Linden), Het land onder de regenboog (Nico ter Linden), de profeet in de vis (Nico ter Linden).

Opdracht 1



Ik heb gekozen voor de kinderbijbel; ‘‘Het land onder de regenboog (Nico ter Linden)

 WAT HEB IK GELEERD
Ik heb geleerd dat een kinderbijbel lezen best vlot gaat en dat het leuk is om de verhalen die erin staan te lezen. Ik had er in het begin een beetje schrik van om erin te beginnen lezen. Ik dacht dat het saai zou zijn en dat het lange doorlopende verhalen in kleine lettertjes zouden zijn. Maar ik vond het best fijn.
Het zijn steeds korte verhaaltjes van 3- 4 pagina’s die vlot lezen. Bij elk verhaaltje staat een tekening dat te maken heeft met het verhaaltje. Ik heb gemerkt dat er in de tekeningen vaak gebruik is gemaakt van verschillende technieken.
De tekst wordt eigenlijk steeds verteld door een man waar 2 kinderen naar aan het luisteren zijn.
Ik heb geleerd dat je steeds opnieuw weer begint te geloven. Ook al laat je geloof je soms in de steek, steeds opnieuw begin je weer te geloven. Dit herhaalt zich steeds in de bijbel die ik gelezen heb.

WELKE VRAGEN ROEPT DE LECTUUR BIJ ME OP
Er staan vaak moeilijkere woorden in: gaan de kinderen deze wel begrijpen?
Waarom staat er zo vaak herhaling in de kinderbijbel?
Waarom begin je steeds opnieuw te geloven?
Hoe gaan kinderen met de verhalen in de bijbel omgaan?
Er staan soms wel rare verhalen in de bijbel. Is dit allemaal echt gebeurt? Neen, maar hoe ga je dat laten doordringen bij kinderen?
Er staan heel wat mooie verhalen in de bijbel, maar ook heel wat erge en wraakzuchtige. Ik denk dat het goed is dat deze twee steeds gecombineerd worden voor de kinderen. Zo leren kinderen vaak het verschil tussen goed en kwaad.

Besluit;
Het lezen van de kinderbijbel was leuker dan ik gedacht had.
Er staan mooie prenten en verhalen in, die steeds opnieuw een boodschap voor je hebben.
Het is fijn om af en toe een stukje uit de kinderbijbel voor te lezen aan de kinderen in de klas tijdens de lessen Godsdienst.

opdracht 3

Jaaropdracht 3 Godsdienst.

- Opdracht 3: Lezen van een tijdschrift: Naomi of Simon of Samuël + lezen van een (enkele impulsen volstaan) ‘in de kijker op de Thomas-webpagina (www.godsdienstonderwijs.be, Basisonderwijs, overzicht ‘in de kijker’) + lezen van een aantal lessen uit een handboek. Noteer in je portfolio wat bruikbaar is voor je eigen praktijk? Wat heb je geleerd?


 - Lezen van een tijdschrift: Naomi of Simon of Samuël.
Vanmechelen P. (februari 2003) Geloofstijdschrift Simon. Uitgeverij Averbode.Ik heb het tijdschrift Simon gelezen. Ik heb voor dit tijdschrift gekozen omdat ik stage doe in het 4de leerjaar en de juf had dit voor mij opzij gehouden. Het tijdschrift Simon is bestemd voor het 3de- 4de leerjaar.
Het is de eerste keer dat ik een godsdienstig tijdschrift lees. Ik vond het een leuk idee. Het tijdschrift wordt gestart met een brief van Simon zelf. Deze brief ging over wat hijzelf doet op school rond de veertigdagentijd. De bladzijde erna geeft wat meer info over de veertig dagen en broederlijk delen.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK
De brief van Simon kan een hele goede opstart zijn om de veertig dagen week te starten of te eindigen. Hij vertelt wat er op zijn school gebeurt en dit kan je zeker ook doen binnen je klas. (kookles) Je kan bv zelf ook een brief maken rond een ander thema om een les of project te starten. Ik vind het een goed idee en neem het zeker mee naar de praktijk.

WAT HEB IK GELEERD

Ik leerde hieruit dat het starten met een brief snel de aandacht trekt en je meer gaat opsteken van wat die persoon je vertelt.
Wat daarop volgt is een stripverhaaltje rond pesten. Het verhaal gaat over een nieuwe jongen op school die wordt gepest. Hij mag niet meevoetballen van de andere jongens. Hij vertelt het aan zijn tante en daarmee gaat hij ook een gesprek aan. Tante vraagt wat hij er wil aandoen. Hij wil terug pesten, maar dat vindt tante geen goed idee en ze laat Ben even nadenken. Hij komt tot het besluit om de pester te vragen om op woensdag eens bij hem te komen spelen. Na die ene namiddag is het pestprobleem dan ook helemaal opgelost.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

 Zelf vind ik het verhaal heel goed. Het is ook fijn dat er eens een stripverhaal wordt aangeboden en niet steeds gewone tekst. Dit gaat kinderen sneller aansporen om het verhaaltje te lezen.
Ik vind in dit verhaaltje positief dat men het probleem schetst dat vaak voorkomt op school. In elke school wordt er wel gepest of geplaagd door iemand. In het verhaal staan leuke ideetjes om toe te passen in de praktijk. Praten, zelf een oplossing voor het probleem laten zoeken,…
Deze dingen neem ik zeker mee en zowel ik als de leerlingen zullen veel uit dit verhaal leren.

WAT HEB IK GELEERD

Ik leerde hieruit dat je best een gesprek aangaat met de gepeste. Dat je de gepeste laat vertellen wat er aan de hand is en dat je dan samen een oplossing gaat zoeken.
Je laat de gepeste eerst vertellen wat hij eraan wil doen, als dat niet goed is, grijp je in als leerkracht.
Je kan dan samen een oplossing voor het probleem gaan zoeken.
Pest niet terug, maar doe iets goed wat de pester niet verwacht.
Bijbelverhaal ( Jezus ontmoet Bartimeus). Het verhaal wordt kort geschetst, daarbij komt een verwerkingsopdracht. De kinderen mogen zelf in de cirkels schrijven, waarom de mensen zo lelijk deden tegen Bartimeus en in de lichte cirkels waarom dat Jezus naar hem toeging en hem genas.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

 Ik vind het positief dat men het verhaal zo kort mogelijk heeft gehouden en dat er een korte verwerkingsopdracht is bijgezet. Zo kom je te weten of de kinderen het verhaal begrepen hebben.

WAT HEB IK GELEERD

Dat een Bijbelverhaal niet steeds lang en saai moet zijn, maar dat je het ook kort en krachtig kan houden.
Verwerkingsopdracht: kinderen zelf iets te laten bedenken, waarom zouden ze zo lelijk gedaan hebben? De kinderen weten het niet maar kunnen vast wel zelf iets bedenken. Het antwoord moet niet steeds voor de hand liggen.
Het volgende stukje ging over een andere wereld, daarin worden er korte tekstjes gezet van verschillende wereld delen, waar mensen goed doen voor elkaar.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Ik vind het goed dat ze de kinderen iets willen meegeven over wat er in andere landen en culturen gebeurt. Het is belangrijk dat je verschillende culturen aan je klas aanreikt op verschillende vlakken.

WAT HEB IK GELEERD

Dit deeltje vond ik een beetje overbodige informatie of ze hadden het een beetje anders kunnen doen. Bv een leeg kadertje met daarin een opdracht. Hoe of wanneer doen jullie iets goed voor iemand anders. Nu staan er gewoon verhaaltjes geschreven zonder meer en gaat de informatie een beetje verloren.
Tot slot volgt er nog een speelplein, waar een knutselopdracht beschreven staat en een paar spelletjes die de kinderen zelf kunnen maken en oplossen.
Dit vind ik een leuk idee, het gaat niet echt over Godsdienst, maar is wel fijn dat ze zo’n rubriekje erbij hebben ingestoken.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Een spelletje, een raadseltje, een knutselopdracht kunnen plaatsvinden in een Godsdienstmoment.

WAT HEB IK GELEERD

Het is een fijne afsluiter van het tijdschrift. Ik heb geleerd dat er in de spelletjes of raadseltjes dingen kunnen terug komen die je in de les besproken hebt. Bv de uitslag van het raadseltje is :Neem je het op voor wie wordt gepest? PRIMA! Er zit toch iets in van wat ze in het tijdschrift gelezen hebben.
Het tijdschrift wordt afgesloten met een gebedje.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Het gebedje kan gebruikt worden om voor te lezen en kan in een gebeden boekje gestopt worden. Als je deze verzameld krijg je een mooi gebedsboekje en is het fijn om de leerlingen zelf eens een gebedje te laten kiezen.
Dat een gebedje zowel in het begin als op het einde kan voorgelezen worden.

Besluit;

Ik vond het fijn om dit tijdschrift eens te lezen en te bekijken.
Ik heb er zelf heel wat dingen uit geleerd en bruikbare dingen gevonden om mee naar de praktijk te nemen. Deze heb ik hierboven alvast besproken.


- Lezen van een aantal lessen uit een handboek.In de school waar ik stage doe, werken ze met de handleiding; ’De Tuin van Heden.”
Deze handleiding heb ik mee naar huis mogen nemen, om ze eens in te kijken.
Ik heb eerst de handleiding in het geheel bekeken.
Dadelijk merk ik op dat ze werken volgens bepaalde vaste thema”s, met daaronder de verschillende Kernlessen.
Er zitten ook 8 verschillende werkvormen in, rond rituelen, kringsgesprekken, filosofische gesprekken, het rollenspel, thema tafels enz. Dit vond ik heel fijn en zijn zeker dingen die ik kan toepassen in de lessen Godsdienst. Dit neem ik zeker mee naar de praktijk.
Er zit een zelfevaluatie papier in voor de leerkracht. Op deze manier kan de leerkracht zelf bepaalde punten nagaan. Dit gaat over de inhoud, methode, sfeer en relatie, ideeën . Dit vind ik zelf heel interessant, op deze manier kan de leerkracht, zichzelf even toetsen. Hoe was mijn les? Zat er van alles een beetje in mijn les verwerkt? Dit formulier is zeker voor beginnende leerkrachten een fijn werkinstrument. Ik heb er dan ook voor mezelf een kopie van genomen.
Bij de handleiding zijn grote prenten bij die de verhalen weergeven. Deze zijn handig en leuk om tegen het bord te plaatsen bij het voorlezen van de Bijbelverhalen.
Een cd met de verschillende liedjes, de kinderen leren tijdens de lessen Godsdienst, liedjes bij bepaalde thema’s.
Per thema is er een voorblad voorzien, waarop de verschillende kerndoelen genoteerd staan en de leermiddelen, deze zijn heel interessant voor de leerkracht. Je weet rond welke doelen je gaat werken en je weet ook welke middelen je nodig hebt om deze lessen te geven. Je kan je dus voor de volle 100% voorbereiden voor een geslaagde les.
Daarna heb ik een paar lessen gelezen uit de handleiding.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Gebruik de handleiding, bij het voorbereiden van je lessen. Je les verloop staat stap voor stap uitgewerkt.
Gebruik de prenten om op te hangen, op deze manier blijft het verhaal in de klas.
Er staan vragen in die je tijdens de les kan stellen, bij een plaat, of bij een lied of een verhaal.
Er zitten kant en klare toetsen in de handleiding, die je gewoon kan overnemen.
Maak je lessen godsdienst niet saai, maar stop er een liedje in, een knutselactiviteit, gesprekken. Laat de leerlingen Godsdienst op een actieve manier beleven.Er staan tips in rond verschillende dingen. Bijvoorbeeld:
- Bij het thema van Allerzielen staat, als er een ouder gestorven is, spreek dan op voorhand de leerling aan en vraag of het goed is dat je het liedje van mama laat horen en of de leerling eventueel wil vertellen over zijn verdriet.
- Een ander voorbeeld van zo’n tip kan zijn: Als er kinderen van andere geloofsovertuigingen zijn in je klas, vraag dan eens aan hen of ze iets willen vertellen over hun gebedshuis, over hun begraafplaats.
- Nog een tip kan zijn; Zet tijdens het voorlezen van het gebed een rustig muziekje op de achtergrond op.
Deze tips kunnen meerwaarde geven aan je les Godsdienst.

WAT HEB IK GELEERD

Ik heb geleerd dat er in een handleiding heel wat bruikbare dingen staan.
Je lesverloop staat stap voor stap uitgelegd met de nodige vragen die je kan stellen en de nodige tips.
Er staat zelf in welke pagina de leerlingen moeten nemen in hun handboek of in hun werkboek.
Ik heb geleerd dat de handleiding ook veel aandacht schenkt, hoe de leerlingen zich erbij voelen, dat de leerlingen zelf vragen kunnen stellen. Er wordt rekening gehouden met de gevoelens en gedachten van de kinderen.
Het gaat in de handleiding niet enkel over onze Godsdienst, maar er wordt ook vaak terug gekeken naar de Godsdienst in andere culturen en dat vind ik wel goed. Zo leren zowel de leerlingen als de juf meer over andere culturen. Ik wist niet dat zowel in de bijbel namen staan die ook verband hebben met namen uit de Koran. Dat daar dezelfde personen in voorkomen maar met een andere naam.
Ik heb de handleiding ontdekt. Ik had er nog nooit een doorgenomen en heb nu ontdekt dat het heel bruikbaar is voor het samenstellen van je lessen.
Ik heb geleerd dat een les Godsdienst best op een fijne, actieve manier kan gegeven worden. Ik heb er nu een heel ander zicht op dan ervoor.

Besluit;
Ik vind de handleiding van’ De tuin van Heden’ een goede, duidelijke, gestructureerde, bruikbare handleiding en heb deze met veel plezier doorgenomen.
- Lezen van een (enkele impulsen volstaan) in de kijker op de Thomas-webpagina (www.godsdienstonderwijs.be, Basisonderwijs, overzicht ‘in de kijker’)  Ik vind het geen aangename site om informatie op te zoeken. De site spreekt me weinig aan, omdat er veel te veel informatie opgeplaatst staat en ik het niet overzichtelijk vind. Tijdens mijn opleiding in het kleuteronderwijs, hadden wij ook de mogelijkheid om informatie op deze site te zoeken. Deze site heb ik zelden gebruikt. Ik nam liever een handleiding bv de opstapjes, dan deze site te bezoeken. Maar dit is natuurlijk een persoonlijke mening en kan wel begrijpen dat andere er wel goed mee aan de slag kunnen want er staat heel veel informatie op volgens bepaalde thema’s en dat vind ik wel positief. De site is opgebouwd in bepaalde thema’s en je kan dus wel gericht gaan zoeken.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Er staan uitgewerkte thema’s op deze site,je kan een thema aanklikken en daaronder staan een heel aantal uitgewerkte lesjes.
Je kan met deze informatie je lessen die je geeft via een bepaalde handleiding aanvullen met dingen van deze site.
Er staan prenten, tekeningen, foto’s enz op deze site en daaronder staat ook wat ze betekenen en hoe je ze kan verwerken.
Als ik de uitwerking van de handleiding niet aantrekkelijk vind, ga ik zeker eens een kijkje komen nemen hoe ze het thema of deelthema uitwerken op deze site en mijn les misschien wel aanpassen en verwerken met informatie van deze site.
Er staan gedichtjes op die je kan gebruiken als slot, maar ook als inleiding van de les.

WAT HEB IK GELEERD

De thema’s die in de kijker staan, zijn goed en volledig uitgewerkt.
Ik heb geleerd dat je niet steeds de handleiding moet volgen die de school gebruikt, maar dat je ook extra informatie kan zoeken op deze site.
Dit is net hetzelfde als een handleiding, er staan zowel verhalen, liedjes, gedichten, prenten en tekeningen als verwerkingen op deze site.
Deze site kan een goede aanvulling zijn op je lessen, die je uit de handleiding geeft.
Op sommige momenten kan je misschien ook een les van deze site nemen en uitwerken in plaats van een les uit de handleiding van de school.
Ik merkte ook op dat er zowel prenten van vroeger op staan als prenten en foto’s van nu. Dit vind ik zelf wel heel positief op deze manieren kunnen kinderen ook zien hoe het vroeger was en nu is.
Ze blikken op deze site enkel terug op de betekenis van het thema naar de christenen en niet naar andere Godsdiensten.

Besluit;
Ik zal deze site gebruiken, om lessen van de handleiding aan te vullen of creatiever te maken.

woensdag 3 november 2010

opdracht 2

Jaaropdracht 2 Godsdienst.

Opdracht 2: Observeer een les Godsdienst of godsdienstig moment. Hoe komen de vijf geboden van goed godsdienstonderwijs aan bod?
Herken je de visie van het leerplan?Tijdens mijn observatiedag in het 4de leerjaar had de juf een Godsdienst les ingepland. Dit kwam heel goed uit want dit was een taak voor het vak Godsdienst. Deze les kwam uit het handboek “De tuin van heden” en de les was; ’Op stap met Mozes.’

Mijn Observatie;- De juf startte de les met het tonen van de bijbel, ze vroeg aan de leerlingen of ze wisten wat het voor een boek was. De leerlingen wisten dat het boek een bijbel was en konden er zelf een paar verhalen uit opnoemen en er iets bij vertellen. De juf vertelt dat er heel wat figuren uit het oude testament ook voorkomen in de Koran. Mozes is in de Koran Moesa, Jozef is Joesoef enz. Er wordt gepraat over wie Mozes eigenlijk is en wat hij allemaal gedaan heeft. Een leerling weet blijkbaar al heel veel over Mozes en vertelt er openhartig over, de andere leerlingen luisteren vol belangstelling.
- De leerlingen nemen hun werkboek. In het werkboek staan allemaal puzzelstukjes. Deze vormen een verhaal, maar liggen allemaal door elkaar. De leerlingen mogen per 2 werken en moeten het puzzelstuk volledig maken en de puzzelstukken in een logische volgorde leggen.
Zo vormen de prenten een verhaal. De leerlingen mogen hun eigen verhaal bij de prenten schrijven. Op het einde mogen de leerlingen hun verhaal voorlezen.
- De juf leest het verhaal nu voor uit de bijbel. De leerlingen luisteren en ontdekken snel dat sommige stukken van hun verhaal niet helemaal juist zijn. Maar de juf vertelt daarna dat dat helemaal niet erg is. Iedereen denkt op een andere manier en het juiste verhaal staat ook in hun handboek, is de juf van mening. De leerlingen mochten in het handboek het verhaal van Mozes beginnen lezen. Dit werd klassikaal gedaan en iedereen mocht een stukje voorlezen. Daarna werd het verhaal klassikaal besproken. Hoe zou Mozes zich gevoeld hebben, hoe zou jij jezelf daarbij voelen, wat zou jezelf doen in deze situatie, wat denk je bij het verhaal,…
Hierbij brengen ze Mozes in verband met hun eigen situatie, leefwereld.
Hier eindigt de les die dag. De juf komt na de les vertellen dat ze niet de hele les van Mozes heeft kunnen geven. Dat er nog een liedje bij hoorde en prenten. Dit gaat ze volgende les verder doen vertelde ze me.

Hoe komen de vijf geboden voor in deze godsdienstles?1: Verken met de kinderen de levensbeschouwelijke dimensie van het leven.Er komen levensvragen in deze les voor; Hoe zou Mozes zich gevoeld hebben, hoe zou jij jezelf daarbij voelen, wat zou jezelf doen in deze situatie, wat denk je bij het verhaal,… De leerlingen mogen hierbij vertellen en meedelen hoe ze zich erbij voelen en erover denken.
2 Wek daarbij hun belangstelling voor elementen van Christelijk geloven.De leerlingen worden geprikkeld door eerst zelf het verhaal te zoeken en te vertellen en nadien wordt het echte verhaal pas voorgelezen.Het verhaal van Mozes wordt voorgelezen in de klas eerst vanuit de bijbel door de juf en nadien door de leerlingen in hun werkboek.
Door het verhaal eerst zelf te laten zoeken en nadien pas voor te lezen wordt er belangstelling opgewekt. De leerlingen zijn nieuwsgierig hoe het verhaal echt zou zijn.
3 Geef de kinderen kansen om zelf actief te leren, te verkennen, na te denken, te ontdekken,…De leerlingen, mogen de puzzelstukken uitknippen en samenstellen.
Daarna mogen ze de puzzelstukken rangschikken tot een verhaal.
Zelf hun verhaal erbij schrijven en het voorlezen in de klas.
Vervolg van de les was een liedje leren.
Op deze manier zijn de leerlingen actief bezig, ze verkennen het verhaal op hun eigen manier en ontdekken dat ze niet allemaal hetzelfde denken.
Ze brengen hun indrukken over het verhaal tot expressie in woord en muzische expressie.
4 Maak verscheidenheid binnen en buiten de klas zichtbaar en relevant voor het leren.Met welke leerlingen wil ik samenwerken?
De leerkracht vertelt ook over het verschil van namen, in de Bijbel en de Koran.
Uit de geschreven verhalen kwamen heel wat verschillende verhalen naar voor, zo merkte je duidelijk dat iedereen zijn eigen ding had aan gegeven.
5 Bied de kinderen ruimte om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden, te uiten, te beleven, te vieren ook.Ze mogen hun eigen verhaal bij de prenten schrijven, mogen het daarna delen met de rest van de klas en andere mogen hierop ingaan. Ze leren op die manier ook nog van elkaar en leren dat iedere persoon er zijn eigen verhaal in ziet en dat er geen een daarvan fout is.
De les die erop volgt mogen de kinderen ook een stukje vieren, bij het beluisteren van het lied, de juf vertelde me ook dat ze er erna mogen bij dansen.

Besluit;De 5 geboden voor een goed Godsdienstonderwijs komen allemaal aan bod in deze les.

Herken je de visie van het leerplan?Ja, ik herken de visie van het leerplan zeker terug in deze les. Ik ben dit dan ook gaan uitzoeken met de visie naast de geobserveerde les en ontdekte zelf heel wat dingen die overeenkwamen met de vooropgestelde visie.
De leerlingen leren tijdens deze les nadenken over zowel de wereld als over zich zelf door levensvragen te stellen en er een antwoord op te zoeken en vinden samen met de juf en de andere leerlingen.
Ze gaan samen op verkenning in het lesdeeltje over Mozes. Ze gaan communiceren zowel leerling met leerling als leerling- leraar. Tijdens het maken van de puzzel en het verhaal, het verhaal verzinnen als het voorlezen van hun eigen verhaal is er communicatie tussen leerling- leerling.
Wanneer ze het gaan voorlezen en er worden vragen over gesteld zowel door de leraar als door de leerlingen is er ook communicatie tussen leraar- leerling als leerling- leerling.
Doordat iedereen een verschillende achtergrond heeft, zal iedereen dit op een andere manier beleven en bekijken en is de uitkomst niet voor iedereen hetzelfde. Dit was duidelijk te merken aan de verschillende verhalen die de leerlingen geschreven hadden. Ik merkte op dat het meisje dat de verhalen van Mozes zo goed kende, misdienaar is en ze thuis heel gelovig zijn. Zij kende veel meer van de godsdienstverhalen dan de andere kinderen van de klas, wat natuurlijk niet erg is. Zolang de andere leerlingen zich openstellen en genieten en dingen ontdekken tijdens deze lessen is de juf geslaagd in haar opdracht. Tijdens deze les hadden ze het ook even over Egypte van waar Mozes kwam, het land werd aangeduid op de wereldkaart.
Er werd deze les geknipt en geplakt (muzische vorming), vertelt en voorgelezen (Nederlands) enz… Binnen deze les kwamen dus heel wat andere vakken aan bod. De leerlingen kunnen in deze les vertellen en schrijven hoe ze zich voelen. Ze kunnen hun gevoelens en gedachten onder woorden brengen en deze delen met de andere leerlingen en de juf. De juf heeft ook even een andere godsdienst in haar les gebracht, door te vertellen wie Mozes is in de Koran. Zo wisten de leerlingen weer iets meer over een andere Godsdienst. De leerlingen konden tijdens deze les ook hun eigen leven, ervaringswereld, hun vragen, zorgen en vreugden aanbod laten komen tijdens de verschillende gesprekjes tijdens deze les. De juf ging dan ook in op de inbreng van de klas, ze ging in op verschillende vragen die de leerlingen aan haar stelden. De leerlingen ontdekken ook dat niet steeds alles rozengeur en maneschijn is en dat ze dit in het leven ook meerdere keren zullen meemaken. Door die dingen tijdens de godsdienstlessen ook aan boord te leggen kunnen ze hier vaak in het echt leven beter mee omgaan en beter plaatsen.