vrijdag 10 december 2010

opdracht 7


Enkele vraagjes ter voorbereiding van Kerstmis (indien mogelijk nog tijdens de advent op je portfolio plaatsen)
Jaaropdracht godsdienst 7
Opdracht Portfolio:
-Hoe heb jij ervoor gezorgd dat water, wijn kon worden? Hoe ben jij goddelijk bezig geweest?
-Als God naar jou komt, wat gebeurt er dan met jou, wat zou dat met jou doen? Is dit een wijnmoment voor jou?
 -Aan wie wens jij het toe dat God naar hem/haar zou toekomen? Waarom? Aan wie wens jij wijnmomenten toe? Waarom?
 
-Hoe heb jij ervoor gezorgd dat water, wijn kon worden? Hoe ben jij goddelijk bezig geweest? - Ik ben een tijdje geleden gaan samenwonen met mijn vriend. Toen ik verhuisde en alles aan het inladen was, ontdekte ik dat ik veel kledij had dat ik nooit aandeed.
Ik heb deze kledij dan ook niet mee verhuisd of weggesmeten. Maar in zakken gedaan en in een kleding container gaan stoppen. Zodat mijn kledij nog verder kan gedragen worden door mensen die geen of weinig kledij hebben. Ik had deze even goed in een vuilniszak kunnen stoppen en naar het containerpark gebracht hebben of er slechte doeken van gemaakt hebben. Ik heb er nu voor gezorgd dat mensen die het niet zo breed hebben als wij toch nog geniet van kunnen hebben. Zich ook warm kunnen aankleden tijdens deze koude winterdagen.
- Een vriendin van mij heeft 3 kindjes en werd plots op straat gezet door haar vriend. Zij had niets meer enkel wat kledij. Ik had al een heel aantal dingen bij elkaar gespaard en gekocht en gekregen om alleen of samen te gaan wonen. Maar mijn vriend woonde al alleen dus had ik dit allemaal niet echt meer nodig. Ik had hopen keukenhanddoeken en gewone handdoeken, peper en zout vaatjes, een bestek servies, glazen enz. Mijn bedovertrekken, waar ik nu niets meer met was. Deze heb ik toen aan haar gegeven omdat wij het anders dubbel hadden en er toch niets met zouden doen. Op dat moment maakte ik mijn vriendin enorm gelukkig. Ook al was het maar een beetje maar ze was er al erg ver mee vooruit geholpen.
-Als God naar jou komt, wat gebeurt er dan met jou, wat zou dat met jou doen? Is dit een wijnmoment voor jou? Als God naar mij komt, dan voel ik mij voor een stukje gered en opgelucht.
Op dat moment zal ik me goed, veilig, opgelucht of blij voelen.
God kan op verschillende momenten naar mij toe komen. De ene keer om me te redden van iets of iemand, een andere keer om me gelukkig te maken en het toe te laten een kindje te krijgen
Als God ons binnen een paar maanden toelaat om ons een kindje te schenken, dan zal dit een moment zijn van blijheid, ongeloof, gelukkig zijn en samen uitkijken naar.
Dit zijn voor mij zeker wijn momenten en daar zal ik steeds dankbaar om zijn.
 Deze momenten kunnen heel verschillend zijn. Een tijdje gelden heb ik echt beseft dat God op die moment tot mij gekomen is. Ik moet alle dagen 100 km rijden naar mijn werk. Op het moment dat ik op de autostrade reed sneed er net voor mij iemand mij de pas af. Ik moest uitwijken naar links, maar links van mij kwamen ook nog autos op die moment heeft iedereen alles moeten toeslaan en uitwijken. Op dat moment besefte ik echt dat God me op die moment heeft bijgestaan. Want anders was er waarschijnlijk wel iets veel erger gebeurt. Waren er misschien gewonden of doden gevallen en materiële schade geweest. Dit was voor mij een moment van opluchting, ongeloof en blijheid dat dit zo goed was afgelopen.
 
- Aan wie wens jij het toe dat God naar hem/haar zou toekomen? Waarom? Aan wie wens jij wijnmomenten toe? Waarom?
Dit wens ik toe aan de mama van papa,s vriendin. Zij ligt al een paar weken in het ziekenhuis. Het is een oud mevrouwtje, dat echt op is. Ze is heel gelukkig geweest, heeft altijd goed geleefd enz. Maar nu ligt ze al een paar weken in het ziekenhuis, soms gaat het wat beter met haar en soms weer slechter. De hele familie loopt al weken naar het ziekenhuis om toch maar goed afscheid te kunnen nemen van haar.
Ik hoop dat God deze mevrouw snel uit haar leiden verlost. Want ze ziet echt af en zal waarschijnlijk dit ook nooit gewild hebben om de laatste weken van haar leven zo af te zien. Ik wens echt dat God haar snel zal toekomen en haar terug gelukkig maakt zonder al die pijn en verdriet. Ze heeft dit echt niet verdiend.

opdracht 4

Jaaropdracht godsdienst 4;
 
Opdracht 4 Lager: lees een leerplanonderwerp in het leerplan. Welke componenten komen aan bod? + Lezen van bijlage over leerplanonderwerpen en krachtlijnen. Bedenkingen en reflecties noteer je in je portfolio. (voor de kerstvakantie)
- Lees een leerplanonderwerp in het leerplan. Welke componenten komen aan bod? Ik heb gekozen voor het leerplanonderwerp; brood, tafel, maaltijd houden.
Lp Godsdienst 5.2.1.10 pag 127-130.
In dit leerplanonderwerp komen verschillende componenten naar voor.
- component verkenning in symboolgevoeligheid.
- verbondenheid met anderen en met gemeenschappen.
Ik leg even uit waarom ik deze componenten zeker in deze les plaats.

-component verkenning in symboolgevoeligheid en geloofstaal.Component verkenning in symboolgevoeligheid - Een tafel is tijdens een maaltijd ook meer dan een meubelstuk; Het is op dat moment een symbool van verbondenheid, gezelligheid en levenskracht.
Iedereen zit mee rond deze tafel, het is een samenhorigheidsgevoel.
- Het brood, is een symbool dat steeds gebruikt word in de kerk, Het dagelijks brood, het brood dat door de priester gebroken wordt aan het altaar.
Jezus die in verschillende verhalen vertelt, hoe hij at, samen met mensen. In de eucharistie worden er maaltijden gehouden, Jezus ontmoet en eet samen met de mensen, hij brak het brood en deelde het met anderen.
Er bestaan in de bijbel verschillende verhalen rond brood. Die steeds op hetzelfde neerkomen.
Brood is voor ons een van de dingen die behoren tot basisvoedsel, het is iets dat iedereen nodig heeft om te overleven. Daarom is het belangrijk dat we dit ook delen met mensen die niets hebben. Het is het symbool van wat waardevol en wezenlijk is in het samenleven. De groeikracht, samenwerking van mensen,
De weg van graankorrel tot brood is een weg van inzet en samenwerking van vele mensen.

Component verkenning in geloofstaal.
De geloofstaal die steeds opnieuw naar voorkomt tijdens eucharistievieringen en in de bijbel is;
Laatste avondmaal, leven delen met Jezus.
Jezus breekt het brood en nodig anderen uit om mee te eten.
Eerste communie, communie gaan. Eet en je zal gezond worden.Waar steeds het altaartafel, hostie, schaal en kelk naar voor komen. (Symbolen)
is nog om een brood te kunnen maken en hiervan te kunnen leven.
  
- verbondenheid met anderen en met gemeenschappen.
Verbondenheid met anderen.Samen met mensen rond de tafel zitten. Met mensen dat je lief hebt eten van het brood, het delen met deze mensen.
Het is een gezellig moment, waar je niet enkel het brood of het voedsel met anderen deelt, maar ook je verhalen en gebeurtenissen.
Het is een gezellig moment, waar iedereen kan van genieten.
Tijdens een feest ben je ook verbonden met anderen, dan kan er vrolijkheid, uitbundigheid, geestigheid ontstaan. Dan genieten mensen ten volle van elkaars nabijheid.
Aan tafel kan je ontdekken dat mensen op allerhande manieren met en voor elkaar leven. In het brood dat op de tafel staat , geven mensen zichzelf; ze hebben ervoor gewerkt. Zo geven ze elkaar groeikansen. Ouders en kinderen beleven dit; Geliefden doen elkaar leven. Zelfs in economische wereld wordt gezocht naar een goed evenwicht tussen eigenbelang, winst en het aanbieden van een goede consumptie. Ze werken samen om een brood tot stand te brengen. Hier is er verbondenheid tussen de werknemers.
In vele samenlevingen en culturen is er niet genoeg basisvoedsel om te kunnen overleven. Er is nood aan basisvoedsel. Uit deze situatie moet er wel gedeeld worden met elkaar en moet er in deze samenleving rekening gehouden worden met elkaar. Rijke en armen moeten in deze situatie rekening houden met elkaar.

Verbondenheid met gemeenschappen.
In de kerkelijke gemeenschap word er op verschillende manieren omgegaan met het brood delen met elkaar.
Tijdens de eerste communie mogen de kinderen voor het eerst deelnemen aan de communie. Het brood wordt gebroken en de kinderen mogen voor het eerst mee proeven van het gedeelde brood. Zoals Jezus dit deed tijdens het laatste avondmaal. De priester die de mensen uitnodigt om communie te komen halen. Zo ontdekken ze dat ze een plaatsje krijgen in de grote gemeenschap van de kerk. De kinderen mogen mee rond de tafel gaan en mee proeven van het gedeelde brood.
Bij de eerste communie ontdekken de kinderen uitdrukkelijk dat er heel wat mensen zijn die zich met hen verbonden voelen, die samen met hen feest vieren, maaltijd houden. Geschenkjes kunnen hiervan een uidrukking zijn.

Lezen van bijlage over leerplanonderwerpen en krachtlijnen. Bedenkingen en reflecties noteer je in je portfolio.
Geef ons heden ons dagelijks brood, Dit is het belangrijkste zinnetje van de geloofstaal die in het Onze vader steeds opnieuw naar voor komt.Na het lezen van de krachtlijnen ontdekte ik onmiddellijk dat het onderwerp dat ik gekozen had duidelijk in cyclus 2 plaats vond. Het verbonden zijn met anderen en niet meer zo gericht zijn opzichzelf komt in dit onderwerp goed tot uiting.
In de krachtlijnen staat ook dat wederkerigheid en ontmoeting centraal staan. Dit komt zeker tot uiting bij het onderwerp van het brood. Ontmoeting tussen mensen om te eten en het wederkeren naar de kerk of naar de eettafel om steeds opnieuw te eten en samen te zijn met anderen.
Het groeien van de symboolgevoeligheid maakt het de kinderen gemakkelijker te komen tot gevoeligheid voor en inzicht in geloofstaal.Dit vind ik ook heel erg belangrijk, want dit is geen makkelijke component om de kinderen hiermee in contact te laten komen en er inzicht in te laten krijgen.
Ik vind dat de krachtlijnen een duidelijke omschrijving geven over wat er in de verschillende cyclussen naar voor moet komen. Er staan duidelijk de verschillende componenten in aangeduid en weergeven.
Wat je in welke graad kan geven, zodat je steeds op niveau van de kinderen werkt.
De krachtlijnen zijn zeker een meerwaarde aan het leerplanonderwerp.

donderdag 9 december 2010

overzicht wat ik deed rond levensbeschouwing dit jaar.

Overzicht

Tijdens de afgelopen maanden heb ik verschillende dingen gedaan die ik vind die iets te maken hebben met levensbeschouwing.

- Toen ik de kinderbijbel gelezen had, ben ik opzoek gegaan naar de bijbel die ik met mijn plechtige communie van mijn grootmoeder gekregen had.
Ik heb de bijbel die ik gekregen had van mijn groot moeder nooit echt gelezen. Ik vond het maar een raar cadeautje en vroeg me af wat moet ik hier nu met doen. Hij belande uiteindelijk in mijn boekenrek tussen de andere boeken.
Toen ik hem van haar kreeg, heeft ze me gezegd; 'Je zal er nu niet in lezen, maar ooit op een dag neem je deze zeker opnieuw vast en zal je aan deze woorden terug denken'.
En ze had gelijk, ik heb aan haar gedacht en even stil gestaan, bij het gekregen cadeautje.
Nu snapte ik goed, dat het geen raar cadeautje was, maar eigelijk een heel mooi en bijzonder cadeautje.
Ik bekeek en vergeleek hem met de kinderbijbel die ik net gelezen had.
Ik merkte dadelijk op dat de prenten niet zo aantrekkelijk waren dan de prenten in de bijbel die ik nu gelezen had.
Ik heb de bijbel van haar niet helemaal gelezen, maar wel een paar verhalen met elkaar vergeleken.
Dit vond ik wel eens leuk. Ik heb de bijbel vast gehad en heel sterk aan haar gedacht.

- Ik heb ondertussen een aantal godsdienst lessen gevolgd in de klas waar ik dit jaar stage mag lopen.
Elke morgend beginnen ze met een gebedje. Op een morgend had ik een gebedje meegebracht voor de leerlingen. Eentje dat ik was tegen gekomen en ik vond dat ik dit echt wel eens een keertje kon voorlezen in de klas om de dag te starten.
Ik las het gebedje op een rustige manier voor. Ik had kaarsjes meegenomen om de sfeer al onmiddelijk te laten omslaan.
Dit had dan ook onmiddellijk effect op de leerlingen. De leerlingen werden rustig en luisterden naar het gebedje dat ik voorlas. Ik en de leerlingen hadden na het voorlezen van het gebedje een heel goed en rustig gevoel om de dag te starten.

- Vandaag heb ik samen met mijn kleutertjes de kerstboom geplaatst.  Het was een fantastisch moment. Het was een heel hektisch gebeuren maar daarna hebben we genoten van de lichtjes en onze mooie boom. Ik had onder de kerstboom ook samen met mijn kleuters een kerststalletje geplaatst, In de loop van de dag zag ik plotst dat de kleuters onder de boom zaten. Ik observeerden ze even en merkte op dat ze met de popjes van de kerst stal aan het spelen waren. Ik had kunnen zeggen dat ze alles mooi moesten terug zetten, maar ze waren zo mooi aan het spelen dat ik er ben gaan naast zitten en met hen heb meegespeeld.
Ik stelde vragen over de verschillende Kerstfiguren. De kleuters ging heel erg op in het spel. Jezus werd geboren in het kribbetje en de os en de ezel werden er zorgvuldig naast geplaatst. Dit had juf Linda vorig jaar ook verteld. Ik was ervan versteld dat de kinderen dit allemaal nog zo goed onthouden hadden. We hebben samen nog een hele tyd onder onze mooi kerstboom gespeeld over het kerstverhaal. Dit was echt een mooi en spontaan speelmoment.

opdracht 6



Opdracht 6;
Herinneren
Blik eens terug op de dag van gisteren. Noteer een paar dingen die je gisteren hebt gedaan of meegemaakt, die je dag kleurden of vulden.

ErkennenHeeft zich in die (alledaagse) dag iets aangediend dat te maken heeft met de diepte in je leven? dat te maken heeft met wat heilig is, wat God is?
Een woord, een keuze, een gebeurtenis, een inzicht, een ervaring

Herkennen
Waarom denk je dat dit inderdaad iets te maken heeft met de God van de Bijbel, de God van Jezus Christus?
 
Herinneren;

Ik stond gisteren Maandag 6 december op om 5uur, om op tijd in school te geraken. Het had nog maar eens gesneeuwd en met hele kleine oogjes en nog heel moe vertrok ik naar school.
Na al uren in de auto te zitten kreeg ik plots een sms- je van mijn vriend. Zijn broer had hem verteld dat hij terug papa ging worden. We stuurden tijdens de dag nog een paar sms- jes hierover en plots stuurde hij. En nu is het volgende kindje aan ons he lieverdje. Dit vond ik zo fijn, te weten dat hij zelf ook aan kindjes wilde beginnen. Tijdens het onthaal in de klas, waren we over het speelgoed van de Sint aan het praten, want deze was vanmorgen geweest. De kleuters waren heel erg enthousiast en ik zag ze genieten van dit moment. Het deed me enorm deugd de kinderen zo te zien genieten van het speelgoed en het moment dat de Sint in school aankwam. Het was half 4 en mocht terug naar huis. Toen ik thuis kwam had mijn vriend al gekookt, ik moest me heel erg spoeden om op tijd in de les te geraken. Ik was al heel erg moe, ik had weinig honger en at dan ook niet veel. Op die moment zei men vriend, amaai ik zal nog eens lekker koken. Dit was er te veel aan en ik begon te wenen. Niet omdat hij het zei, maar omdat ik gewoon heel erg moe was. Hij kwam naar me toe, zei sorry, het was niet mijn bedoeling en gaf me een dikke knuffel en kus. Toen ben ik naar de les vertrokken. Toen ik opnieuw thuis kwam was het weer 11uur en was ik blij dat ik in mijn bedje kon kruipen.
?


Erkennen;
Ja, in tijdens deze dag hebben er verschillende dingen plaats gevonden die te maken hadden diepte in mijn leven.
- Toen mijn vriend me stuurde, nu is het volgende kindje voor ons.
Ik wist dat mijn vriend hier ook al heel erg met bezig was. Maar om deze bevestiging nog eens te krijgen dat greep me echt wel aan. Dat deed iets met me, wetend dat er in het kort een kindje van ons in mijn buik zou groeien, was toch heel bijzonder voor me. Dit heeft voor mij zeker iets te maken met God, God heeft hier zeker zijn aandeel in. Een nieuw leven kunnen en willen schenken. Dat verder komt uit onze liefde, dat is iets heel moois en daar heeft God zeker mee voor gezorgd. God geeft ons de kans om onze liefde te verzegelen met een nieuw klein wondertje.
- Mijn kleutertjes zien te genieten, van wat Sinterklaas voor hen gebracht heeft.
Ik had zelf voor dit speelgoed moeten zorgen. Ik heb er heel erg veel energie ingestopt om dit speelgoed bij elkaar te krijgen. Te denken en te hopen dat ze het wel goed zouden vinden. Hierbij is mijn opzet geslaagd. Ik was dan zelf ook heel erg gelukkig dat ik mijn kleine kapoenen zo zag genieten en zag stralen tijdens dit moment. Ik zag dat mijn kleutertjes gelukkig en verbaast waren en dit maakte mezelf ook heel erg gelukkig, waardoor ik zelf ook meer kon genieten van dit moment.
Voor de kleuters was dit een moment van verbazing van een wonder dat gebeurd was. God zorgt voor dit wonderlijk moment, dit heeft hij al eerder bewezen voor me.
- De knuffel en kus die mijn vriend me gaf, toen ik begon te huilen betekende heel erg veel voor me. Het gevoel dat hij er is voor me, dat hij weet dat ik heel erg moe kan en mag zijn van hem. Betekend heel veel voor me. Ik werk nog steeds in Antwerpen, ik werk voltijds en ik heb mijn nieuwe opleiding erbij. Dit is heel erg vermoeiend en dat weet hij ook. De knuffel en kus voor mij veel belangrijker dan, als hij tegen mij iets zou zeggen op deze moment het is een gebaar dat heel erg veel betekend en me heel erg gelukkig maakt. God en Jezus zeiden ook niet altijd iets, maar door een klein gebaar lieten ze uitschijnen veel te kunnen doen voor andere mensen. En dit betekend dan ook heel erg veel voor me.
Het weten dat er een kindje mag komen, het zien genieten van mijn lieve kleutertjes en een kus en een knuffel. Dit zijn momenten die ik echt koester en die diepere waarden hebben voor me. Ze maken me zo erg gelukkig en vergeet je niet. Ze blijven een hele tijd hangen. Het zijn momenten om te koesteren en een langere tijd van te genieten


.Herkennen;
- Mijn vriend verteld me dat hij ook een kindje van ons wil. Onze liefde wordt verzegeld door de liefde van een kindje.
God heeft meerdere keren, nieuw leven geschonken in de bijbel. Wanneer hij zag dat mensen heel erg van elkaar hielden, elkaar vertrouwden en elkaar lief hadden. Er zijn in de bijbel veel nieuwe levens mogen ontstaan door God. Kleine wondertjes die mochten ontstaan uit liefde tussen 2 mensen.
Bepaalde mensen in de bijbel moesten heel erg lang wachten, omdat God zag dat er geen vertrouwen was in hem. Zie maar naar Jakob, Jakob wilde trouwen en kinderen van zijn grote liefde Rachel. Maar hij moest trouwen met de oudste zus Lea. Het duurde jaren voordat Jakob kinderen kreeg met zijn grote liefde. Maar op een dag mocht het toch zo zijn en kregen ze er een mooi wondertje bij van hun twee. Maria en Jozef kregen er ook een wondertje bij, dat door een engel werd aangekondigd. Mijn vriend heeft was voor mij op dat moment de engel die me kwam vertellen dat het mag van God. God heeft ons de zegen gegeven om er ook aan te beginnen.
- Mijn kleutertjes zien genieten van het speelgoed, Het verbaasd zijn door het wonder dat Sinterklaas geweest is en leuk speelgoed mee heeft gebracht voor hen.
Er gebeuren verschillende wonderen in de bijbel en wonderen waar vaak mensen versteld van zijn en heel erg gelukkig van worden. Het wonder dat plots de zee open gaat, het wonder van de ark van Noa. De mensen waren verbaast en verwonderd dat zoiets kon. God zorgde voor dit wonder. Net als hij Sinterklaas laat komen voor hen, kinderen mogen verwonderd zijn, God wil mensen zien genieten en verwonderd laten zijn. Dat door soms kleine dingen te laten gebeuren, waar mensen heel erg verwonderd door zijn.
- De kus en knuffel, is een gebaar. Kijk naar Jezus die door zijn handoplegging de blinde weer deed zien. Of de lammen weer deed lopen. Dit zijn gebaren die mensen ook heel erg veel deden en heel erg gelukkig maakten. Deze gebaren doen heel erg veel met mensen. Jezus had ook kunnen vertellen en praten. Maar dat deed hij niet, en door de steun van God kon Jezus zulke mooie dingen verwezenlijken en mensen erg gelukkig maken. Net zoals mijn vriend dat deed bij me. Deze gebaren zijn te danken aan God, God wil dat mensen niet altijd praten, maar door simpele gebaren elkaar ook heel erg gelukkig kunnen maken.
 
 

zondag 28 november 2010

opdracht 5


Jaaropdracht 5 Godsdienst.

Opdracht 5; Observeer of geef nog een godsdienstles/moment:
- Wat is het onderwerp van deze les/moment?
Het onderwerp van deze godsdienst les is: Hoe conflicten ontstaan?

- Welke levensvraag komt hierin aan bod?
Hoe, waar en wanneer ontstaan conflicten?

- Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de lln?
- De juf start deze les met een gebedje, dat door een leerling wordt voorgelezen.
- De prent van de gebarsten kruiken van aan het bord worden even terug besproken.
Door de vraag? Wat hebben de gebarsten kruiken te maken met conflicten?
- Leerlingen worden in kleine groepjes van 4 geplaatst waar ze op een grote flap mogen schrijven, hoe het komt dat conflicten zouden ontstaan.
- De antwoorden met de klas overlopen en besproken.
- De verschillende flappen worden bij het bordschema toegevoegd.
- Handboek + werkboek; Lezen van artikels en antwoorden in hun werkboek Waar, hoe en wanneer deze conflicten van in het artikel gebeurden.
- Afsluiten met een liedje.

- Welke handleiding wordt hier gebruikt?
In de school waar ik stage loop gebruiken ze de handleiding: Tuin van heden.

- Wat is de sfeer in deze les?
Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet. Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt? Er hangt een fijne en aangename sfeer in de klas tijdens deze les. Het is een kleine klas groep en hangen heel
erg samen. De sfeer is iets anders dan in andere lessen. Deze les wordt telkens gestart met een gebedje of gedichtje dat 1 van de leerlingen mag voorlezen uit een gebedboekje. Dit is een gebedsboekje op kinderniveau en noemt;
Wat hetzelfde is als in andere lessen is dat de leerlingen, naar elkaar moeten blijven luisteren en hun handboek naar het einde toe moeten invullen. Dit is een minder moment van deze godsdienst les. Ik begrijp dat dit ook moet gebeuren, maar het leunt dan terug heel erg aan bij de andere lessen.
Aan deze sfeer wordt op verschillende manieren gewerkt. Starten met een rustig moment door het gebedje. De kinderen mogen in groepjes werken, denken na en stellen bepaalde levensvragen, ze praten over goede en slechte dingen en denken dieper na over bepaalde levensvragen. In deze les ging het over hoe conflicten ontstaan. Waar, hoe en wanneer?
De les wordt afgesloten met een liedje. Dit vinden de kinderen leuk en zo wordt de les op een leuke, rustige manier afgesloten. Sommige kinderen zingen mee, andere luisteren naar het liedje en nog andere wiegen een beetje mee op het ritme van de muziek.

- Hoe reageren de kinderen op deze les? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen reageren positief op deze les. Tijdens het observeren merk ik op dat ze tijdens de vorige les al begonnen zijn aan dit thema. De kinderen weten wat conflicten zijn en mogen er nu nog verder over praten en nadenken. Ik vind het zelf positief dat de kinderen er al iets over gedaan hebben en dat ze nu in groepjes er verder mogen over praten. Hun ideeën samenvoegen in kleine groepjes.
De kinderen zijn erg betrokken wanneer ze in de groepjes mogen nadenken over hoe en wanneer conflicten ontstaan. De kinderen denken na en schrijven hun antwoorden op, op een grote flap. Ze verbeteren elkaar op pikken in op elkaars antwoorden.
Tijdens het beluisteren van het slotliedje zijn de kinderen ook heel erg betrokken, ieder op zijn manier, maar toch steeds erg betrokken.
De betrokkenheid daalt wanneer iedere groep zijn antwoorden mag voorlezen en verduidelijken aan de klas groep. De eerste groep die mocht vertellen kreeg de volle aandacht van alle andere groepen. Maar toen de 2,3 en 4de groep aan de beurt mocht komen zag ik de betrokkenheid sterk dalen. De kinderen hun aandacht verzwakte en begonnen onderling in de groepjes te praten. Dit ging op bepaalde momenten over de dingen dat ze zelf hadden opgeschreven. Maar hoe langer het duurde begonnen de kinderen over andere dingen te praten, over wat er thuis gebeurt was en wat ze in het weekend gingen doen enz
Wanneer de juf vertelde dat ze hun boeken moesten nemen, daalde de betrokkenheid ook weer heel erg. De kinderen begonnen te praten en bleven maar rommelen in hun banken. Een van de leerlingen nam zelfs zijn woordzoeker en begon woorden te zoeken. Tijdens het voorlezen van de artikels bleef het heel erg onrustig in de klas.

- Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.

Heb ik zelf al eens een conflict gehad met iemand en hoe kwam dit?
Hoe voelde ik me toen op het moment van het conflict?
Wat deed ik na het conflict?
Hoe voelde ik me na het conflict?

- Aan welke component wordt vooral gewerkt?

Ik vind persoonlijk dat er in deze les aan verschillende componenten sterk naar voor komen. Deze zijn;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen en groeien in symboolgevoeligheid.
Ik ga deze even toelichten;
Verbondenheid met anderen en gemeenschappen.Tijdens deze les komt er heel sterk naar voor hoe, wanneer en waar conflicten ontstaan.
Een conflict gebeurt nooit alleen, daar heb je steeds een andere persoon voor nodig. De verbondenheid met de andere persoon daalt dan heel erg.
Bv; conflict tussen jou en je mama of tussen jou en een vriendin, of tussen je mama en papa.
Waar en wanneer gebeurt dan weer met de verbondenheid van gemeenschap. Het conflict gebeurd binnen een bepaalde gemeenschap. Bv op school, op de sportclub, op straat, politiebureau, in de winkel enz.
- Groeien in symboolgevoeligheid. Tijdens dit thema worden conflicten voorgesteld door gebarsten kruiken. De kinderen gaan nadenken wat dit symbool te maken heeft met conflicten.
De kinderen in de klas vonden er ook een antwoord op.
Soms gaat er zoveel mis of erger je je zo hard aan iets of iemand, dat je geduld opraakt en er zo een conflict ontstaat.
De kruiken blijven heel zolang er niets gebeurt en er geen conflicten ontstaan.
Wanneer we ons beginnen ergeren aan iets of niemand komen er kleine scheurtjes in deze vazen. Wanneer er echt een conflict ontstaat worden de barsten in de kruik dieper en dieper.

donderdag 11 november 2010

opdracht 1

- Opdracht 1: Lezen van een kinderbijbel (uitgeverij Balans), keuze uit
In je portfolio beschrijf je wat je geleerd hebt na het lezen van de kinderbijbel en welke vragen de lectuur bij je oproept (Voor de kerstvakantie).
koning op een ezel (Nico ter Linden), Het land onder de regenboog (Nico ter Linden), de profeet in de vis (Nico ter Linden).

Opdracht 1



Ik heb gekozen voor de kinderbijbel; ‘‘Het land onder de regenboog (Nico ter Linden)

 WAT HEB IK GELEERD
Ik heb geleerd dat een kinderbijbel lezen best vlot gaat en dat het leuk is om de verhalen die erin staan te lezen. Ik had er in het begin een beetje schrik van om erin te beginnen lezen. Ik dacht dat het saai zou zijn en dat het lange doorlopende verhalen in kleine lettertjes zouden zijn. Maar ik vond het best fijn.
Het zijn steeds korte verhaaltjes van 3- 4 pagina’s die vlot lezen. Bij elk verhaaltje staat een tekening dat te maken heeft met het verhaaltje. Ik heb gemerkt dat er in de tekeningen vaak gebruik is gemaakt van verschillende technieken.
De tekst wordt eigenlijk steeds verteld door een man waar 2 kinderen naar aan het luisteren zijn.
Ik heb geleerd dat je steeds opnieuw weer begint te geloven. Ook al laat je geloof je soms in de steek, steeds opnieuw begin je weer te geloven. Dit herhaalt zich steeds in de bijbel die ik gelezen heb.

WELKE VRAGEN ROEPT DE LECTUUR BIJ ME OP
Er staan vaak moeilijkere woorden in: gaan de kinderen deze wel begrijpen?
Waarom staat er zo vaak herhaling in de kinderbijbel?
Waarom begin je steeds opnieuw te geloven?
Hoe gaan kinderen met de verhalen in de bijbel omgaan?
Er staan soms wel rare verhalen in de bijbel. Is dit allemaal echt gebeurt? Neen, maar hoe ga je dat laten doordringen bij kinderen?
Er staan heel wat mooie verhalen in de bijbel, maar ook heel wat erge en wraakzuchtige. Ik denk dat het goed is dat deze twee steeds gecombineerd worden voor de kinderen. Zo leren kinderen vaak het verschil tussen goed en kwaad.

Besluit;
Het lezen van de kinderbijbel was leuker dan ik gedacht had.
Er staan mooie prenten en verhalen in, die steeds opnieuw een boodschap voor je hebben.
Het is fijn om af en toe een stukje uit de kinderbijbel voor te lezen aan de kinderen in de klas tijdens de lessen Godsdienst.

opdracht 3

Jaaropdracht 3 Godsdienst.

- Opdracht 3: Lezen van een tijdschrift: Naomi of Simon of Samuël + lezen van een (enkele impulsen volstaan) ‘in de kijker op de Thomas-webpagina (www.godsdienstonderwijs.be, Basisonderwijs, overzicht ‘in de kijker’) + lezen van een aantal lessen uit een handboek. Noteer in je portfolio wat bruikbaar is voor je eigen praktijk? Wat heb je geleerd?


 - Lezen van een tijdschrift: Naomi of Simon of Samuël.
Vanmechelen P. (februari 2003) Geloofstijdschrift Simon. Uitgeverij Averbode.Ik heb het tijdschrift Simon gelezen. Ik heb voor dit tijdschrift gekozen omdat ik stage doe in het 4de leerjaar en de juf had dit voor mij opzij gehouden. Het tijdschrift Simon is bestemd voor het 3de- 4de leerjaar.
Het is de eerste keer dat ik een godsdienstig tijdschrift lees. Ik vond het een leuk idee. Het tijdschrift wordt gestart met een brief van Simon zelf. Deze brief ging over wat hijzelf doet op school rond de veertigdagentijd. De bladzijde erna geeft wat meer info over de veertig dagen en broederlijk delen.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK
De brief van Simon kan een hele goede opstart zijn om de veertig dagen week te starten of te eindigen. Hij vertelt wat er op zijn school gebeurt en dit kan je zeker ook doen binnen je klas. (kookles) Je kan bv zelf ook een brief maken rond een ander thema om een les of project te starten. Ik vind het een goed idee en neem het zeker mee naar de praktijk.

WAT HEB IK GELEERD

Ik leerde hieruit dat het starten met een brief snel de aandacht trekt en je meer gaat opsteken van wat die persoon je vertelt.
Wat daarop volgt is een stripverhaaltje rond pesten. Het verhaal gaat over een nieuwe jongen op school die wordt gepest. Hij mag niet meevoetballen van de andere jongens. Hij vertelt het aan zijn tante en daarmee gaat hij ook een gesprek aan. Tante vraagt wat hij er wil aandoen. Hij wil terug pesten, maar dat vindt tante geen goed idee en ze laat Ben even nadenken. Hij komt tot het besluit om de pester te vragen om op woensdag eens bij hem te komen spelen. Na die ene namiddag is het pestprobleem dan ook helemaal opgelost.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

 Zelf vind ik het verhaal heel goed. Het is ook fijn dat er eens een stripverhaal wordt aangeboden en niet steeds gewone tekst. Dit gaat kinderen sneller aansporen om het verhaaltje te lezen.
Ik vind in dit verhaaltje positief dat men het probleem schetst dat vaak voorkomt op school. In elke school wordt er wel gepest of geplaagd door iemand. In het verhaal staan leuke ideetjes om toe te passen in de praktijk. Praten, zelf een oplossing voor het probleem laten zoeken,…
Deze dingen neem ik zeker mee en zowel ik als de leerlingen zullen veel uit dit verhaal leren.

WAT HEB IK GELEERD

Ik leerde hieruit dat je best een gesprek aangaat met de gepeste. Dat je de gepeste laat vertellen wat er aan de hand is en dat je dan samen een oplossing gaat zoeken.
Je laat de gepeste eerst vertellen wat hij eraan wil doen, als dat niet goed is, grijp je in als leerkracht.
Je kan dan samen een oplossing voor het probleem gaan zoeken.
Pest niet terug, maar doe iets goed wat de pester niet verwacht.
Bijbelverhaal ( Jezus ontmoet Bartimeus). Het verhaal wordt kort geschetst, daarbij komt een verwerkingsopdracht. De kinderen mogen zelf in de cirkels schrijven, waarom de mensen zo lelijk deden tegen Bartimeus en in de lichte cirkels waarom dat Jezus naar hem toeging en hem genas.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

 Ik vind het positief dat men het verhaal zo kort mogelijk heeft gehouden en dat er een korte verwerkingsopdracht is bijgezet. Zo kom je te weten of de kinderen het verhaal begrepen hebben.

WAT HEB IK GELEERD

Dat een Bijbelverhaal niet steeds lang en saai moet zijn, maar dat je het ook kort en krachtig kan houden.
Verwerkingsopdracht: kinderen zelf iets te laten bedenken, waarom zouden ze zo lelijk gedaan hebben? De kinderen weten het niet maar kunnen vast wel zelf iets bedenken. Het antwoord moet niet steeds voor de hand liggen.
Het volgende stukje ging over een andere wereld, daarin worden er korte tekstjes gezet van verschillende wereld delen, waar mensen goed doen voor elkaar.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Ik vind het goed dat ze de kinderen iets willen meegeven over wat er in andere landen en culturen gebeurt. Het is belangrijk dat je verschillende culturen aan je klas aanreikt op verschillende vlakken.

WAT HEB IK GELEERD

Dit deeltje vond ik een beetje overbodige informatie of ze hadden het een beetje anders kunnen doen. Bv een leeg kadertje met daarin een opdracht. Hoe of wanneer doen jullie iets goed voor iemand anders. Nu staan er gewoon verhaaltjes geschreven zonder meer en gaat de informatie een beetje verloren.
Tot slot volgt er nog een speelplein, waar een knutselopdracht beschreven staat en een paar spelletjes die de kinderen zelf kunnen maken en oplossen.
Dit vind ik een leuk idee, het gaat niet echt over Godsdienst, maar is wel fijn dat ze zo’n rubriekje erbij hebben ingestoken.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Een spelletje, een raadseltje, een knutselopdracht kunnen plaatsvinden in een Godsdienstmoment.

WAT HEB IK GELEERD

Het is een fijne afsluiter van het tijdschrift. Ik heb geleerd dat er in de spelletjes of raadseltjes dingen kunnen terug komen die je in de les besproken hebt. Bv de uitslag van het raadseltje is :Neem je het op voor wie wordt gepest? PRIMA! Er zit toch iets in van wat ze in het tijdschrift gelezen hebben.
Het tijdschrift wordt afgesloten met een gebedje.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Het gebedje kan gebruikt worden om voor te lezen en kan in een gebeden boekje gestopt worden. Als je deze verzameld krijg je een mooi gebedsboekje en is het fijn om de leerlingen zelf eens een gebedje te laten kiezen.
Dat een gebedje zowel in het begin als op het einde kan voorgelezen worden.

Besluit;

Ik vond het fijn om dit tijdschrift eens te lezen en te bekijken.
Ik heb er zelf heel wat dingen uit geleerd en bruikbare dingen gevonden om mee naar de praktijk te nemen. Deze heb ik hierboven alvast besproken.


- Lezen van een aantal lessen uit een handboek.In de school waar ik stage doe, werken ze met de handleiding; ’De Tuin van Heden.”
Deze handleiding heb ik mee naar huis mogen nemen, om ze eens in te kijken.
Ik heb eerst de handleiding in het geheel bekeken.
Dadelijk merk ik op dat ze werken volgens bepaalde vaste thema”s, met daaronder de verschillende Kernlessen.
Er zitten ook 8 verschillende werkvormen in, rond rituelen, kringsgesprekken, filosofische gesprekken, het rollenspel, thema tafels enz. Dit vond ik heel fijn en zijn zeker dingen die ik kan toepassen in de lessen Godsdienst. Dit neem ik zeker mee naar de praktijk.
Er zit een zelfevaluatie papier in voor de leerkracht. Op deze manier kan de leerkracht zelf bepaalde punten nagaan. Dit gaat over de inhoud, methode, sfeer en relatie, ideeën . Dit vind ik zelf heel interessant, op deze manier kan de leerkracht, zichzelf even toetsen. Hoe was mijn les? Zat er van alles een beetje in mijn les verwerkt? Dit formulier is zeker voor beginnende leerkrachten een fijn werkinstrument. Ik heb er dan ook voor mezelf een kopie van genomen.
Bij de handleiding zijn grote prenten bij die de verhalen weergeven. Deze zijn handig en leuk om tegen het bord te plaatsen bij het voorlezen van de Bijbelverhalen.
Een cd met de verschillende liedjes, de kinderen leren tijdens de lessen Godsdienst, liedjes bij bepaalde thema’s.
Per thema is er een voorblad voorzien, waarop de verschillende kerndoelen genoteerd staan en de leermiddelen, deze zijn heel interessant voor de leerkracht. Je weet rond welke doelen je gaat werken en je weet ook welke middelen je nodig hebt om deze lessen te geven. Je kan je dus voor de volle 100% voorbereiden voor een geslaagde les.
Daarna heb ik een paar lessen gelezen uit de handleiding.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Gebruik de handleiding, bij het voorbereiden van je lessen. Je les verloop staat stap voor stap uitgewerkt.
Gebruik de prenten om op te hangen, op deze manier blijft het verhaal in de klas.
Er staan vragen in die je tijdens de les kan stellen, bij een plaat, of bij een lied of een verhaal.
Er zitten kant en klare toetsen in de handleiding, die je gewoon kan overnemen.
Maak je lessen godsdienst niet saai, maar stop er een liedje in, een knutselactiviteit, gesprekken. Laat de leerlingen Godsdienst op een actieve manier beleven.Er staan tips in rond verschillende dingen. Bijvoorbeeld:
- Bij het thema van Allerzielen staat, als er een ouder gestorven is, spreek dan op voorhand de leerling aan en vraag of het goed is dat je het liedje van mama laat horen en of de leerling eventueel wil vertellen over zijn verdriet.
- Een ander voorbeeld van zo’n tip kan zijn: Als er kinderen van andere geloofsovertuigingen zijn in je klas, vraag dan eens aan hen of ze iets willen vertellen over hun gebedshuis, over hun begraafplaats.
- Nog een tip kan zijn; Zet tijdens het voorlezen van het gebed een rustig muziekje op de achtergrond op.
Deze tips kunnen meerwaarde geven aan je les Godsdienst.

WAT HEB IK GELEERD

Ik heb geleerd dat er in een handleiding heel wat bruikbare dingen staan.
Je lesverloop staat stap voor stap uitgelegd met de nodige vragen die je kan stellen en de nodige tips.
Er staat zelf in welke pagina de leerlingen moeten nemen in hun handboek of in hun werkboek.
Ik heb geleerd dat de handleiding ook veel aandacht schenkt, hoe de leerlingen zich erbij voelen, dat de leerlingen zelf vragen kunnen stellen. Er wordt rekening gehouden met de gevoelens en gedachten van de kinderen.
Het gaat in de handleiding niet enkel over onze Godsdienst, maar er wordt ook vaak terug gekeken naar de Godsdienst in andere culturen en dat vind ik wel goed. Zo leren zowel de leerlingen als de juf meer over andere culturen. Ik wist niet dat zowel in de bijbel namen staan die ook verband hebben met namen uit de Koran. Dat daar dezelfde personen in voorkomen maar met een andere naam.
Ik heb de handleiding ontdekt. Ik had er nog nooit een doorgenomen en heb nu ontdekt dat het heel bruikbaar is voor het samenstellen van je lessen.
Ik heb geleerd dat een les Godsdienst best op een fijne, actieve manier kan gegeven worden. Ik heb er nu een heel ander zicht op dan ervoor.

Besluit;
Ik vind de handleiding van’ De tuin van Heden’ een goede, duidelijke, gestructureerde, bruikbare handleiding en heb deze met veel plezier doorgenomen.
- Lezen van een (enkele impulsen volstaan) in de kijker op de Thomas-webpagina (www.godsdienstonderwijs.be, Basisonderwijs, overzicht ‘in de kijker’)  Ik vind het geen aangename site om informatie op te zoeken. De site spreekt me weinig aan, omdat er veel te veel informatie opgeplaatst staat en ik het niet overzichtelijk vind. Tijdens mijn opleiding in het kleuteronderwijs, hadden wij ook de mogelijkheid om informatie op deze site te zoeken. Deze site heb ik zelden gebruikt. Ik nam liever een handleiding bv de opstapjes, dan deze site te bezoeken. Maar dit is natuurlijk een persoonlijke mening en kan wel begrijpen dat andere er wel goed mee aan de slag kunnen want er staat heel veel informatie op volgens bepaalde thema’s en dat vind ik wel positief. De site is opgebouwd in bepaalde thema’s en je kan dus wel gericht gaan zoeken.

IK NEEM MEE NAAR DE PRAKTIJK

Er staan uitgewerkte thema’s op deze site,je kan een thema aanklikken en daaronder staan een heel aantal uitgewerkte lesjes.
Je kan met deze informatie je lessen die je geeft via een bepaalde handleiding aanvullen met dingen van deze site.
Er staan prenten, tekeningen, foto’s enz op deze site en daaronder staat ook wat ze betekenen en hoe je ze kan verwerken.
Als ik de uitwerking van de handleiding niet aantrekkelijk vind, ga ik zeker eens een kijkje komen nemen hoe ze het thema of deelthema uitwerken op deze site en mijn les misschien wel aanpassen en verwerken met informatie van deze site.
Er staan gedichtjes op die je kan gebruiken als slot, maar ook als inleiding van de les.

WAT HEB IK GELEERD

De thema’s die in de kijker staan, zijn goed en volledig uitgewerkt.
Ik heb geleerd dat je niet steeds de handleiding moet volgen die de school gebruikt, maar dat je ook extra informatie kan zoeken op deze site.
Dit is net hetzelfde als een handleiding, er staan zowel verhalen, liedjes, gedichten, prenten en tekeningen als verwerkingen op deze site.
Deze site kan een goede aanvulling zijn op je lessen, die je uit de handleiding geeft.
Op sommige momenten kan je misschien ook een les van deze site nemen en uitwerken in plaats van een les uit de handleiding van de school.
Ik merkte ook op dat er zowel prenten van vroeger op staan als prenten en foto’s van nu. Dit vind ik zelf wel heel positief op deze manieren kunnen kinderen ook zien hoe het vroeger was en nu is.
Ze blikken op deze site enkel terug op de betekenis van het thema naar de christenen en niet naar andere Godsdiensten.

Besluit;
Ik zal deze site gebruiken, om lessen van de handleiding aan te vullen of creatiever te maken.